Het insecten nieuws van de afgelopen jaren is zelden vrolijk. Bijen verdwijnen, vlinders worden zeldzamer en zweefvliegen staan massaal op de rode lijst. Wie goed om zich heen kijkt in de tuin of het park, merkt het zelf al: er vliegen gewoon minder beestjes rond dan vroeger. En dat is geen gevoel. Onderzoekers meten het, tellen het en publiceren er steeds nieuwe rapporten over. De cijfers liegen er niet om.
Bijna de helft van de zweefvliegen verdwenen of bedreigd
Uit het Basisrapport voor de Rode Lijst Zweefvliegen 2023 blijkt dat bijna de helft van alle Nederlandse zweefvliegen bedreigd is of al helemaal verdwenen. Dat gaat om 46 procent van de beoordeelde soorten. Dertig soorten zijn niet meer te vinden in Nederland. Dat klinkt misschien abstract, maar achter elk van die soorten schuilt een naam die vroeger gewoon bij ons hoorde: het zomerelfje, het bergplatvoetje, het groot gevlekt roetneusje. Nu zijn ze weg. Zweefvliegen zijn belangrijke bestuivers. Ze bezoeken bloemen en zorgen er zo voor dat planten zich kunnen voortplanten. Als zij verdwijnen, heeft dat gevolgen voor het hele ecosysteem, van de wilde bloemen in de berm tot de vruchten in de tuin.
Slechte jaren voor bijen, hommels en vlinders
Zweefvliegen zijn niet de enige insecten die het zwaar hebben. In 2024 was het opnieuw een slecht jaar voor bestuivende insecten in Nederland. Vlinders hadden een slechte lente achter de rug, hommels waren op sommige plekken meer dan gehalveerd en wilde bijensoorten leken hier en daar volledig te zijn verdwenen. Bloeiende planten die vroeger volop te zien waren, worden schaarser. Minder bloemen betekent minder voedsel voor insecten. Minder insecten betekent minder bestuiving. Het is een neerwaartse spiraal die zichzelf versterkt. Wetenschappers zijn het erover eens dat de situatie urgent is. Niet ergens ver weg, maar gewoon hier, in Nederlandse tuinen, weilanden en bossen.
Wat zijn de oorzaken van de achteruitgang
De oorzaken van de terugval zijn al jaren bekend, maar de problemen blijven bestaan. Intensieve landbouw speelt een grote rol. Door het gebruik van bestrijdingsmiddelen sterven insecten direct of verdwijnt hun voedsel. Akkers worden vroeg gemaaid, heggen worden gekapt en sloten worden rechtgetrokken. Zo verdwijnen de plekken waar insecten kunnen leven, eten en hun eitjes afzetten. Daarbij komt de klimaatverandering. Nattere lentes en grilligere zomers gooien het ritme van insecten en bloemplanten door elkaar. Een bij die uitkomt als de bloemen al voorbij zijn, vindt geen eten. Een vlinder die zijn eitjes legt op het verkeerde moment, heeft minder kans op overleving. Ook verstedelijking heeft invloed. Steden groeien, groene zones krimpen en dat gaat ten koste van de leefomgeving van talloze soorten.
Wat mensen zelf kunnen doen voor insecten
Gelukkig is er ook goed nieuws in de berichtgeving over insecten. Steeds meer mensen nemen actie, groot en klein. Een tuin vol inheemse planten trekt meer bijen en vlinders dan een strak gazon. Wie een stukje grond met rust laat, geeft insecten de ruimte om te nestelen. Gemeenten planten meer bloemenmengsels langs wegen en op pleinen. Boeren experimenteren met bloemrijke randen langs hun akkers. En scholen leren kinderen hoe ze insectenvriendelijke hoekjes kunnen maken. Dat zijn geen grote maatregelen, maar samen hebben ze effect. Onderzoekers benadrukken dat herstel mogelijk is, als de leefomstandigheden voor insecten verbeteren. De natuur heeft een groot herstelvermogen, maar dan moet de druk wel omlaag.
Veelgestelde vragen
Waarom zijn zweefvliegen zo belangrijk voor de natuur?
Zweefvliegen zijn net als bijen bestuivers. Ze bezoeken bloemen en brengen zo stuifmeel van de ene naar de andere plant. Zonder bestuiving kunnen veel planten geen zaden of vruchten maken. Zweefvliegen vullen daarin een rol die bijen niet altijd kunnen oppakken.
Hoe meet je of een insectensoort bedreigd is?
Voor de Rode Lijst worden soorten beoordeeld op basis van hoe snel hun aantallen dalen, hoe groot hun leefgebied nog is en hoe zeldzaam ze zijn geworden. EIS Kenniscentrum Insecten doet dit werk in Nederland, samen met andere onderzoekers en vrijwilligers die insecten tellen in het veld.
Helpt het echt om je tuin insectenvriendelijker te maken?
Ja, elke tuin telt mee. Wie inheemse bloemen plant, een stukje gras laat groeien of een nestblok ophangt, biedt insecten voedsel en schuilplaats. Als veel mensen dat doen, ontstaan er groene verbindingen door wijken en steden heen. Dat maakt het voor insecten makkelijker om zich te verplaatsen en te overleven.
Is de situatie voor insecten in andere landen beter?
Nee, de achteruitgang van insecten is een breed Europees en wereldwijd probleem. In Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk zijn vergelijkbare dalingen gemeten. Sommige tropische gebieden kampen met nog grotere verliezen door ontbossing. Nederland staat niet alleen in deze problematiek.
