Waterdieren: een blik onder het oppervlak van onze wateren

Waterdieren leven overal waar water is: in koude oceanen, warme tropische zeeën, rustige meren en snelstromende rivieren. Het zijn dieren die hun hele leven of een groot deel daarvan in of bij het water doorbrengen. Dat lijkt eenvoudig, maar achter die simpele omschrijving gaat een enorme verscheidenheid schuil. Van de kleinste waterslak tot de grootste walvis ter wereld, elk dier heeft zijn eigen plek in het water gevonden en is daar op een verbluffende manier op aangepast.

Hoe waterdieren zijn aangepast aan hun omgeving

Vissen zijn waarschijnlijk de bekendste bewoners van het water. Ze ademen via kieuwen, waarmee ze zuurstof uit het water halen. Hun gestroomlijnde lichaam helpt hen snel te bewegen zonder veel weerstand. Toch zijn vissen lang niet de enige groep. Zoogdieren als dolfijnen en zeehonden leven ook in het water, maar ademen wel gewoon lucht. Ze duiken omlaag, zoeken voedsel en komen dan weer naar de oppervlakte om adem te halen. Hoe langer een zoogdier in zee leeft, hoe beter zijn lichaam is aangepast aan dat leven. Walvissen kunnen bijvoorbeeld wel twee uur onderwater blijven zonder adem te halen. Dat is mogelijk door een hoge concentratie myoglobine in hun spieren, een stof die zuurstof opslaat.

Leven in zoet water en zout water

Niet alle in het water levende dieren horen thuis in de zee. Een groot deel leeft in zoet water, zoals meren, beken en rivieren. Denk aan de beekforel, de rivierdonderpad of de gewone karper. Deze soorten zijn niet bestand tegen zout water, omdat hun lichaam werkt op basis van een ander zoutgehalte. Omgekeerd geldt hetzelfde: zeedieren kunnen niet overleven in zoet water. Er zijn wel uitzonderingen. De zalm trekt vanuit de zee naar zoet water om te paaien, en de paling doet het precies andersom. Deze dieren kunnen tijdelijk wisselen tussen beide omgevingen, maar dat vraagt veel van hun lichaam. Zoetwaterdieren hebben het door menselijke activiteit steeds moeilijker. Vervuiling, droogte en de aanleg van stuwen maken het lastiger voor veel soorten om te overleven of zich voort te planten.

Wat waterdieren eten en hoe ze dat doen

De manier waarop dieren in het water aan hun voedsel komen, is heel gevarieerd. Sommige soorten zijn planteters en leven van algen, waterplanten of plankton. Andere soorten zijn echte vleeseters die leven van vis, kreeftachtigen of weekdieren. De grote blauwe vinvis is de grootste dier op aarde en leeft toch bijna uitsluitend van kleine kreeftachtigen die krill worden genoemd. Die haalt hij binnen door enorme hoeveelheden water door zijn baleinen te filteren. Aan de andere kant van het spectrum staat de moordwalvis, ook wel orka genoemd, die actief jaagt op zeeleeuwen, zeehonden en zelfs andere walvisachtigen. In zoet water zijn het vaak de snoek en de meerval die bovenaan de voedselketen staan. Zij jagen op andere vissen, kikkers en soms zelfs op jonge eenden. Elke soort heeft door de tijd heen een eigen manier ontwikkeld om aan voedsel te komen, passend bij de plek waar het leeft.

Bedreigde soorten en de toestand van onze wateren

Veel in het water levende dieren staan onder druk. Overbevissing, klimaatverandering, plastic afval en watervervuiling vormen grote bedreigingen voor talloze soorten. Koraalriffen, die het thuis zijn van ongeveer een kwart van alle zeesoorten, verbleken massaal door stijgende watertemperaturen. Zonder gezonde koraalriffen verdwijnen er leefgebieden voor duizenden dieren tegelijk. Ook in Nederlandse wateren zien onderzoekers veranderingen. Sommige vissoorten die vroeger algemeen waren, zijn nu zeldzaam geworden. Tegelijk duiken er nieuwe soorten op die profiteren van warmere temperaturen, zoals de zeebaars die steeds vaker langs onze kust zwemt. Internationale afspraken en strengere regels voor visserij helpen sommige populaties te herstellen, maar het gaat langzaam. De gezondheid van het water bepaalt direct hoe goed het gaat met de dieren die er in leven.

Veelgestelde vragen

Welke waterdieren leven ook op het land?
Dieren als de zeehond, de krab en de schildpad brengen een deel van hun leven op het land door, maar zijn voor voedsel of voortbeweging sterk afhankelijk van het water. Kikkers en salamanders leven als larve volledig in het water en gaan als volwassen dier ook op het land leven.

Hoe lang kunnen walvissen onderwater blijven?
Dat verschilt per soort. De gewone tuimelaar kan ongeveer zeven minuten duiken. De potvis is het kampioen onder de walvisachtigen en kan meer dan negentig minuten onderwater blijven, soms zelfs langer.

Waarom zijn sommige vissen giftig?
Sommige vissoorten, zoals de steenvis of de kogelvis, produceren gif als verdedigingsmiddel tegen vijanden. Het gif zit in stekels of organen en is bedoeld om aanvallers af te schrikken. De kogelvis bevat tetrodotoxine, een van de sterkste gifstoffen in de natuur.

Kunnen zeedieren wennen aan verontreinigd water?
De meeste zeedieren kunnen zich niet snel genoeg aanpassen aan verontreinigd water. Plastic deeltjes, chemische stoffen en zware metalen hopen zich op in hun lichaam en zorgen voor gezondheidsproblemen, verminderde voortplanting en uiteindelijk sterfte. Aanpassing aan ernstige vervuiling gebeurt niet binnen een paar generaties.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *