Bestuiving: zo zorgen bloemen en bijen samen voor nieuw leven

Bestuiving is een van de meest bijzondere processen in de natuur. Het begint bij een bloem, een vlieg, een bij of zelfs de wind, en het eindigt met zaden en vruchten. Zonder dit proces zouden veel planten zich niet kunnen voortplanten. Toch weten veel mensen niet precies hoe het werkt. Dat is jammer, want het verhaal achter bloeiende tuinen en volle fruitschalen is fascinerend.

Wat er gebeurt in een bloem tijdens de bestuiving

Elke bloem heeft meeldraden en een stamper. Op de meeldraden zit stuifmeel, een fijn poeder met mannelijke geslachtscellen. De stamper is het vrouwelijke deel van de bloem. Als stuifmeel van een meeldraad op de stempel van een stamper terechtkomt, spreek je van bestuiving. Daarna kan bevruchting plaatsvinden, waarbij een eicel in de stamper wordt bevrucht. Uit die bevruchte eicel groeit uiteindelijk een zaad. Zo begint een nieuwe plant. Dit proces klinkt eenvoudig, maar er gaat veel aan vooraf voordat stuifmeel op de juiste plek belandt.

De rol van insecten, wind en andere bestuivers

Bijen zijn de bekendste bestuivers, maar ze zijn lang niet de enigen. Vlinders, zweefvliegen, kevers en zelfs sommige vogels en vleermuizen brengen stuifmeel van bloem naar bloem. Ze doen dit niet bewust. Ze bezoeken bloemen op zoek naar nectar, en tijdens dat bezoek blijft stuifmeel aan hun lichaam plakken. Bij de volgende bloem valt een deel van dat stuifmeel af op de stamper. De wind speelt ook een grote rol, vooral bij grassen, loofbomen en graangewassen zoals tarwe en maïs. Die planten maken enorm veel stuifmeel aan, zodat de kans groter is dat een korrel op de juiste plek terechtkomt. Bloemen die door de wind worden bestoven, zijn vaak minder kleurrijk dan bloemen die insecten aantrekken. Ze hebben geen felle kleuren of zoete geur nodig.

Zelfbestuiving en kruisbestuiving: twee verschillende wegen

Niet alle planten zijn afhankelijk van een bezoeker van buitenaf. Sommige planten kunnen zichzelf bestuiven. Dat betekent dat stuifmeel van de eigen meeldraden op de eigen stamper terechtkomt. Dit heet zelfbestuiving. Het voordeel is dat de plant zeker weet dat ze zaad kan vormen, ook als er geen insecten in de buurt zijn. Een nadeel is dat de nakomelingen genetisch erg op de moederplant lijken. Er is weinig afwisseling in de erfelijke eigenschappen. Bij kruisbestuiving komt stuifmeel van een andere plant van dezelfde soort. Dat zorgt voor meer genetische variatie, wat planten helpt om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Veel fruitbomen, zoals appel en peer, hebben een tweede boom van dezelfde soort nodig om goed vrucht te dragen. Telers houden daar rekening mee bij het aanplanten van een boomgaard.

Waarom het voor mensen zo veel uitmaakt

Ongeveer driekwart van alle gewassen die mensen eten, is afhankelijk van dieren die bloemen bezoeken. Denk aan aardbeien, tomaten, komkommers, amandelen en koffie. Zonder hulp van insecten zouden deze gewassen veel minder of geen vruchten vormen. Goed bestoven vruchten zijn ook groter en minder misvormd dan slecht bestoven exemplaren. Dat is niet alleen prettig voor de consument, maar ook voor de teler. In kassen, waar weinig insecten komen, worden soms hommels ingezet om de bloemen te bezoeken. In gebieden waar wilde bestuivers zeldzaam zijn geworden, plaatsen boeren bijenkasten in de buurt van hun gewassen. De achteruitgang van bijen en andere insecten is dan ook een groot probleem voor de voedselproductie wereldwijd.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen bestuiving en bevruchting?
Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel naar de stamper van een bloem. Bevruchting is de stap die daarna komt: het stuifmeel groeit naar de eicel toe en smelt samen met die eicel. Uit die bevruchte eicel ontstaat uiteindelijk een zaad.

Kunnen alle planten zichzelf bestuiven?
Niet alle planten kunnen zichzelf bestuiven. Sommige soorten hebben stuifmeel van een andere plant van dezelfde soort nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor veel fruitbomen zoals appel en peer. Andere planten, zoals tomaten, kunnen wel zichzelf bestuiven maar profiteren ook van hulp van buitenaf.

Wat gebeurt er als er geen bestuivers meer zijn?
Als er geen bestuivende dieren meer zijn, kunnen veel planten geen vruchten of zaden vormen. Dat heeft grote gevolgen voor de natuur en voor de voedselproductie. Veel gewassen die mensen eten, zijn afhankelijk van insecten die bloemen bezoeken. Zonder hen zou de oogst sterk teruglopen.

Waarom zijn sommige bloemen zo kleurrijk en geurig?
Felle kleuren en een sterke geur trekken insecten aan. Bloemen die afhankelijk zijn van bestuivers, hebben die eigenschappen nodig om op te vallen. Bijen zien bijvoorbeeld blauw en paars heel goed. Geur helpt insecten ook om bloemen te vinden als het donker is of als de bloem verstopt zit tussen bladeren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *