Er zijn wereldwijd naar schatting 400.000 beschreven soorten kevers, wat kevers tot de soortenrijkste orde in het dierenrijk maakt. Van alle bekende diersoorten op aarde is ongeveer één op de vijf een kever. In Nederland en België samen komen zo’n 4.200 soorten voor, en in heel Europa zijn dat er rond de 20.000.
Kevers (orde Coleoptera) zijn zo talrijk dat de bioloog J.B.S. Haldane ooit de gevleugelde uitspraak deed dat God “een buitensporige voorliefde voor kevers” moet hebben gehad. Of dat citaat helemaal klopt, is niet zeker, maar de gedachte erachter wel: geen enkele andere diergroep heeft zoveel soorten voortgebracht.
Hoeveel soorten kevers zijn er wereldwijd?
Het totale aantal beschreven soorten kevers ligt rond de 400.000. Dat zijn alleen de soorten die wetenschappers al een naam hebben gegeven. Onderzoekers schatten dat het werkelijke aantal, inclusief nog onontdekte soorten, veel hoger ligt. Sommige ramingen gaan uit van meer dan 1 miljoen keversoorten op aarde, al is dat onzeker. Elk jaar worden er nog honderden nieuwe soorten beschreven, vooral uit tropische regenwouden.
Kevers leven in vrijwel elk leefgebied: van woestijnen en poolgebieden tot rivieren en ondergrondse grotten. Die enorme aanpassingsvermogen verklaart een groot deel van hun soortenrijkdom. De familie van de snuitkevers (Curculionidae) alleen al telt meer dan 80.000 beschreven soorten wereldwijd, en is daarmee de grootste familie in het dierenrijk.
Europa: zo’n 20.000 soorten
In Europa zijn naar schatting rond de 20.000 keversoorten beschreven. Dat is een stevig aandeel van de wereldwijde biodiversiteit, al is Europa qua soortenrijkdom lang niet zo gevarieerd als tropische gebieden. De soortenrijkdom neemt toe richting het zuiden: in landen rond de Middellandse Zee leven meer soorten dan in Scandinavië.
Bekende Europese kevergroepen zijn de loopkevers, kniptorren, boktorren, bladkevers en waterkevers. Sommige soorten zijn enorm groot voor Europese begrippen, zoals de vliegend hert (Lucanus cervus), de grootste kever van Europa, met mannetjes die tot 8 centimeter lang kunnen worden.
Nederland en België: zo’n 4.200 soorten
In Nederland en België samen zijn ongeveer 4.200 soorten kevers vastgesteld. Dat is een aanzienlijk deel van de Europese diversiteit voor zo’n klein gebied. Waterkevers zijn daarin goed vertegenwoordigd, mede dankzij het natte landschap met sloten, plassen en rivieren. De geelgerande watertor is een bekende soort die je in vrijwel elk stilstaand water in Nederland kunt tegenkomen.
Andere groepen die in Nederland veel soorten kennen, zijn loopkevers en mestkevers. Tegelijk zijn er soorten die zeldzaam zijn geworden door verlies van leefgebied, zoals bosgebonden boktorren en diersoorten van oud hout. Enkele soorten staan op de Rode Lijst van bedreigde Nederlandse insecten.
Waarom zijn er zoveel soorten kevers?
Wetenschappers wijzen op een paar factoren die de enorme soortenrijkdom verklaren. Ten eerste zijn kevers evolutionair oud: ze bestaan al meer dan 300 miljoen jaar en hebben dus heel veel tijd gehad om zich te diversifiëren. Ten tweede beschermen hun harde voorvleugels (de dekschilden) de achtervleugels, waardoor kevers in ruwe omgevingen overleven die andere insecten niet aankunnen. Ten derde is hun voedselkeuze enorm gevarieerd: er zijn kevers die hout eten, mest, paddenstoelen, andere insecten, zaadjes, bladeren of wortels. Die specialisatie leidt tot veel aparte soorten naast elkaar.
Kortom: de combinatie van een lange evolutionaire geschiedenis, een beschermend lichaamspantser en een breed scala aan voedselstrategieën heeft van kevers de meest soortenrijke diergroep op aarde gemaakt. Met 400.000 bekende soorten wereldwijd, 20.000 in Europa en zo’n 4.200 in Nederland en België, zijn kevers overal om je heen, ook al zie je ze niet altijd.
