Soorten kevers in de tuin: welke kom je tegen en wat doen ze?

In een gemiddelde tuin kom je tientallen soorten kevers tegen, van nuttige rovers tot echte plaagmakers. De meest voorkomende soorten in de tuin zijn de lieveheersbeestje, de tuinkever, de meikever, de coloradokever en de loopkever. Sommige zijn welkom, andere vreten je planten kaal. Hieronder lees je welke soorten je herkent, wat ze doen en of je actie moet ondernemen.

Nuttige kevers in de tuin: bondgenoten die je wilt houden

Niet elke kever in de tuin is een vijand. Veel soorten helpen je juist bij het gezond houden van je planten en grond.

Lieveheersbeestje (Coccinellidae). Dit is waarschijnlijk de bekendste kever in de tuin. Het lieveheersbeestje eet bladluizen en is daarmee een van de nuttigste insecten die je kunt hebben. Een volwassen lieveheersbeestje eet per dag tientallen bladluizen. Je herkent het aan de ronde, felrode of gele dekschilden met zwarte stippen. Er zijn in Nederland meerdere soorten, waaronder het zevengestippelde en het tweestippelde lieveheersbeestje. Moedig ze aan door wilde hoekjes en insectenhotels in je tuin te maken.

Loopkever (Carabidae). Loopkevers zijn donkere, glanzende kevers die je meestal op de grond ziet lopen. Ze leven van slakken, rupsen, emelten en andere kleine bodeminsecten. Daarmee zijn ze een natuurlijke plaagbestrijder. Ze houden van vochtige plekken onder stenen, planken of in composthopen. Verstoor die plekken zo weinig mogelijk.

Goudhaantje (Chrysomelidae, deels). Het goudhaantje is een kleine, metallic glanzende kever. Sommige soorten eten plantaardig afval en helpen bij de afbraak van organisch materiaal. Let op: niet alle goudhaantjes zijn nuttig, zie ook de plaagsoorten hieronder.

Schadelijke soorten kevers in de tuin

Een aantal soorten kevers veroorzaakt schade aan planten, groenten of de gazon. Hier zijn de meest voorkomende boosdoeners.

Meikever (Melolontha melolontha). De meikever zelf is een grote, bruine kever die in het voorjaar vliegt. Het grootste probleem zit echter ondergronds: de larven (engerlingen) zijn dikke, witte, C-vormige beestjes die jarenlang aan plantenwortels knagen. Ze zitten in de bodem en kunnen wortels van gras, groenten en struiken ernstig beschadigen. De levenscyclus duurt drie tot vier jaar, waarvan het grootste deel ondergronds. Herken engerlingen aan hun witte lijf, bruine kop en drie paar pootjes vlak bij de kop.

Tuinkever (Phyllopertha horticola). De tuinkever lijkt op een kleinere meikever en heeft ook engerlingen als larven. Volwassen tuinkevers vreten van mei tot juli aan bladeren en bloemen van onder andere rozen en fruitbomen. De larven leven in de bodem en beschadigen graszoden. Je herkent de volwassen kever aan zijn groenglanzende borststuk en bruine dekschilden.

Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata). De coloradokever is een serieuze plaag voor aardappelplanten, maar ook tomaten en andere nachtschadeplanten kunnen worden aangetast. Je herkent hem meteen: geel met zwarte strepen over de dekschilden, en oranje-rode larven met zwarte vlekken aan de zijkant. Vind je een coloradokever of larven, verwijder ze dan met de hand. In Nederland geldt een meldingsplicht bij de NVWA als je hem in groten getale aantreft in de teelt.

Kortschildkever of staafkever. Sommige soorten kortschildkevers (Staphylinidae) zijn nuttig, maar er zijn ook soorten die schimmels en rottend plantmateriaal bevorderen. Ze zijn herkenbaar aan hun korte dekschilden, waardoor het achterlijf grotendeels zichtbaar is.

Bladrandkever (Otiorhynchus sulcatus). De bladrandkever is een kleine, donkere snuitkever. Volwassen kevers knagen halfronde inkepingen in bladranden van onder andere rhododendrons, viooltjes en aardbeien. De larven vreten aan de wortels. Een herkenbaar teken is het “getande” bladrand patroon. Ze zijn nachtactief en moeilijk te vangen.

Kevers in de grond: wat zijn die larven?

Veel keverschade begint ondergronds, bij de larven. Als je bij het spitten dikke, witte larven tegenkomt, gaat het vaak om engerlingen van de meikever of tuinkever. Ze zijn C-vormig, hebben een bruine kop en zijn tussen de één en vier centimeter lang afhankelijk van hun leeftijdsklasse. Een handvol per vierkante meter is normaal en niet direct schadelijk. Tref je er tientallen per vierkante meter aan, dan kan dat wortelbeschadiging veroorzaken. Vogels als spreeuwen en kraaien zijn goede natuurlijke bestrijders: ze pikken larven uit de grond als je de aarde omspit.

Hoe herken je welke kever het is?

Kevers herken je het makkelijkst aan hun harde dekschilden (de bovenkant van het achterlichaam), die de vliegvleugels eronder beschermen. Alle kevers hebben dit kenmerk. Verder let je op kleur, grootte, patroon en de plek waar je ze vindt. Een snelle manier om een onbekende kever te determineren is een foto maken en die uploaden in een app als iNaturalist of Waarneming.nl. Die platformen gebruiken je locatie en foto om een soort voor te stellen en worden gevoed door biologen en vrijwilligers.

  • Groot, bruin, vliegt in de avond in mei: waarschijnlijk een meikever.
  • Rood met zwarte stippen: lieveheersbeestje.
  • Geel met zwarte strepen, op aardappelblad: coloradokever.
  • Donker, glanzend, rent snel over de grond: loopkever.
  • Klein, donker, ’s nachts actief, gekartelde bladranden: bladrandkever.
  • Groen borststuk, bruin dekschild, op bloemen: tuinkever.

Wat doe je bij schade door kevers?

Bij lichte schade hoef je meestal niets te doen. Kevers horen bij een gezonde tuin en de meeste schade is cosmetisch. Bij ernstige aantasting zijn er een paar opties. Engerlingen bestrijden kan biologisch met aaltjes (Heterorhabditis bacteriophora), kleine rondwormpjes die je via tuincentra bestelt en door het water heen op het gazon aanbrengt. Dit werkt het beste bij vochtige grond en temperaturen boven de 12 graden Celsius. Bladrandkevers pak je aan door ’s nachts met een zaklamp te zoeken en kevers handmatig te verwijderen. Chemische bestrijding is voor particulieren in Nederland grotendeels niet meer toegestaan of weinig effectief, en tast ook nuttige soorten aan.

De beste aanpak is een gevarieerde tuin met voldoende schuilplekken voor nuttige rovers zoals loopkevers en lieveheersbeestjes. Zij houden de balans vanzelf redelijk in evenwicht. Wie een moestuin heeft, controleert planten regelmatig op larven en vraatschade, zodat je vroeg kunt ingrijpen voordat een populatie uit de hand loopt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *