Hoe ziet een krekel eruit? Uiterlijk en kenmerken uitgelegd

Een krekel is een insect met een langwerpig, gedrongen lichaam dat gemiddeld tussen de 1 en 4 centimeter lang is, afhankelijk van de soort. Hij heeft zes poten, twee lange, dunne voelsprieten die vaak langer zijn dan zijn hele lichaam, en een bruinzwart tot glanzend zwart uiterlijk. Dat donkere, bijna gelakte uiterlijk is een van de makkelijkste manieren om een krekel te herkennen.

Het lichaam van een krekel van kop tot poot

De kop van een krekel is groot en rond in verhouding tot de rest van zijn lichaam. Daarop zitten twee grote, samengestelde ogen die hem een breed gezichtsveld geven, en twee lange draadvormige voelsprieten. Die voelsprieten zijn een direct herkenningspunt: bij krekels zijn ze opvallend lang, vaak langer dan het lichaam zelf.

Het borststuk (het middendeel) is stevig en breed. Daaraan zitten de zes poten bevestigd. De achterste twee poten zijn duidelijk dikker en langer dan de andere vier. Met die gespierde achterpoten kan een krekel ver springen, maar krekels springen minder snel weg dan sprinkhanen. De voelpoten en middenpoten zijn slanker en worden vooral gebruikt om te lopen en te klimmen.

Op de rug zitten twee paar vleugels, plat over het lichaam gevouwen. De buitenste vleugels (de dekschilden) zijn leerachtig en iets stijver. Daaronder zitten de vliesvleugels, die bij sommige soorten zijn gereduceerd. Opvallend: krekels vliegen zelden, ook al hebben ze vleugels. De dekschilden spelen wel een andere rol, namelijk het produceren van het bekende tjirpgeluid.

Hoe ziet een krekel eruit vergeleken met een sprinkhaan?

Dit is een veelgemaakte verwarring. De twee lijken op elkaar, maar er zijn duidelijke uiterlijke verschillen. De voelsprieten van een krekel zijn draadvormig en heel lang, terwijl sprinkhanen kortere en iets dikkere voelsprieten hebben. Krekels hebben ook een platter, meer gedrongen lichaam, terwijl sprinkhanen vaak slanker en langgerekter zijn.

Kleur is een ander verschil. Krekels zijn meestal donkerbruin tot zwart. Sprinkhanen zijn vaker groen of bruin met een camouflagekleur die opgaat in gras of struiken. Wie dus een donker, glanzend insect met enorm lange voelsprieten ziet, heeft vrijwel zeker een krekel voor zich.

De kleur en textuur van een krekel

De meest voorkomende krekel in Nederland en Belgiƫ, de veldkrekel (Gryllus campestris), heeft een glanzend zwart tot donkerbruin lichaam. De dekschilden zijn soms iets lichter van kleur, met een geelachtige of bruine rand. De buikzijde is zachter en iets lichter van tint. Het oppervlak van het lichaam oogt glad en enigszins glimmend, wat het insect een opvallend uiterlijk geeft.

Vrouwtje of mannetje: zo zie je het verschil

Bij krekels is het verschil tussen mannetje en vrouwtje goed zichtbaar. Het vrouwtje heeft aan het achterlijf een lange, rechte legboor (ovipositor). Dat is een dunne, naaldachtige uitstulping waarmee ze eitjes in de grond legt. Die legboor kan bijna net zo lang zijn als het achterlijf zelf. Bij het mannetje ontbreekt deze legboor volledig. Mannetjes hebben wel iets bredere en geruwere dekschilden, die ze gebruiken om te tjirpen.

Als je een krekel ziet met een lange, rechte staartnaald, kijk je dus naar een vrouwtje. Zonder die naald is het een mannetje dat zijn vleugels gebruikt om geluid te maken.

Een krekel herken je dus vooral aan zijn donkere, glanzende kleur, zijn buitengewoon lange voelsprieten, zijn gedrongen lichaam en de krachtige achterpoten. Eenmaal in het oog gekregen, verwar je hem nooit meer met een sprinkhaan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *