Een koningin wesp herken je het makkelijkst aan haar formaat: ze is duidelijk groter dan de werksters in het nest. Bij gewone wespen en Duitse wespen meet een koningin zo’n 18 tot 25 millimeter, terwijl werksters gemiddeld 12 tot 17 millimeter groot zijn. Dat verschil valt direct op als je ze naast elkaar ziet.
Hoe herken je een koningin wesp?
Het grootste kenmerk is de lichaamslengte. Een wespenkoningin is merkbaar forser dan haar werksters, en dat geldt voor vrijwel alle in Nederland voorkomende wespensoorten. Naast haar lengte heeft ze ook een breder en ronder achterlijf. Dat abdomen is groter omdat ze eierstokken draagt die werksters niet hebben.
Qua kleur wijkt ze nauwelijks af van de rest van het nest. Ze heeft dezelfde gele en zwarte strepen als de werksters. Je kunt haar dus niet op kleur alleen onderscheiden, het gaat vrijwel altijd om het formaat en de bouw.
Let ook op het gedrag. In het vroege voorjaar (februari tot april) vliegt de koningin solo op zoek naar een geschikte nestlocatie. Ze heeft dan geen gezelschap van werksters. Een grote wesp die alleen vliegt en rondcirkelt langs schuren, tuinmuren of boomholten is in die periode vrijwel zeker een koningin die een nest aan het zoeken is.
Koningin versus werkster: de verschillen op een rij
- Grootte: koningin 18 tot 25 mm, werkster 12 tot 17 mm
- Achterlijf: koningin heeft een opvallend breder en ronder abdomen
- Kleur: gelijk aan werksters, niet te onderscheiden op kleur alleen
- Gedrag: koningin vliegt in het voorjaar solo; werksters vliegen in groepen rond het nest
- Seizoen: koningin is de enige wesp die de winter overleeft en in februari tot april als eerste actief is
Wanneer zie je de koningin?
Na de winter verlaat de koningin haar overwinteringsplaats zodra de temperatuur stijgt, doorgaans vanaf februari of maart. Ze is dan als enige wesp actief, want alle werksters zijn in de herfst gestorven. Dit is de periode waarin je haar het duidelijkst herkent: een grote, solitaire wesp die actief zoekt naar een nestplek.
Zodra het nest gebouwd is en de eerste werksters uitkomen, trekt de koningin zich terug in het nest om te blijven leggen. Ze verlaat het nest daarna nauwelijks nog. Als je in de zomer of vroege herfst een grote wesp ziet, is de kans klein dat het de koningin is. Dan gaat het waarschijnlijk om een grote werkster of een darr (mannelijke wesp).
Koningin of darr: hoe zie je het verschil?
In de late zomer en herfst verschijnen ook darren, de mannelijke wespen. Die zijn soms bijna net zo groot als de koningin. Darren hebben geen angel en een iets smaller achterlijf dan een koningin. Ze vliegen op zoek naar jonge koninginnen om te paren, en zijn ook vaker solitair te zien. Het onderscheid tussen een koningin en een darr is op het oog lastig voor niet-experts. Voor de meeste praktische situaties is het onderscheid vooral relevant in het voorjaar, wanneer darren nog niet actief zijn.
Zit je er echt niet uit? Een imker of een erkende plaagdierbestrijder kan je snel duidelijkheid geven. Zij herkennen het verschil in een oogopslag en weten ook of er een actief nest in de buurt is.
