Een krekel en een cicade lijken op elkaar, maar zijn heel anders. Het grootste verschil zit in hoe ze geluid maken: krekels wrijven hun vleugels tegen elkaar, terwijl cicaden trilorgaantjes gebruiken die tymbalen heten. Ook in uiterlijk, levensstijl en verwantschap zijn ze duidelijk van elkaar te onderscheiden.
Verschil krekel en cicade op een rij
Krekels en cicaden worden vaak door elkaar gehaald, maar behoren niet eens tot dezelfde insectengroep. De krekel (familie Gryllidae) is verwant aan sprinkhanen en behoort tot de orde van de rechtvleugeligen (Orthoptera). De cicade (orde Hemiptera) is verwant aan wantsen en bladluizen. Dat is een fundamenteel biologisch verschil, nog voordat je naar hun uiterlijk of geluid kijkt.
Qua uiterlijk heeft een krekel een slanker, donkerder lichaam, lange voelsprieten en kenmerkende springpoten. Cicaden zijn dikker gebouwd, hebben kortere voelsprieten en brede, transparante vleugels die ze dakachtig over hun lichaam vouwen. Een volwassen cicade is ook vaak een stuk groter dan een krekel.
Hoe maken ze geluid? Tymbalen versus vleugels
Dit is het meest opvallende verschil tussen krekel en cicade. Een krekel produceert zijn vertrouwde tjirpende geluid door de ene vleugel over een gekarteld ribje op de andere vleugel te bewegen. Dat heet stridulatie. Het geluid klinkt als een regelmatig, melodieus tjirpen, meestal ’s avonds en ’s nachts.
Een cicade werkt heel anders. Aan weerszijden van zijn buik zitten twee stijve membraantjes, de tymbalen. Spieren trekken die membraantjes razendsnel in en uit, waardoor er een luid, zoemend of rinkelend geluid ontstaat. Cicaden zijn van alle insecten de luidste: sommige soorten halen geluidsniveaus van meer dan 100 decibel, vergelijkbaar met een grasmaaier op korte afstand. Ze zingen overdag, in de volle zon.
Een praktisch ezelsbruggetje: hoor je ’s avonds gesjirp in de tuin? Waarschijnlijk een krekel. Hoor je overdag een doordringend zoemend geluid in een zomers mediterraan landschap? Dat is een cicade.
Leefomgeving en levenscyclus
Krekels leven op de grond, tussen bladeren, stenen of in kleine holen. Ze zijn alleseter: ze vreten plantendelen, maar ook kleine insecten. In Nederland en België kom je ze minder vaak tegen dan in zuidelijkere landen, al is de huiskrekel (Acheta domesticus) wel bekend als voer voor reptielen en als broneiwitinsect.
Cicaden leven voornamelijk in warmere streken, zoals het Middellandse Zeegebied, Amerika, Azië en Australië. Ze zuigen plantensap met hun steekmond, vergelijkbaar met bladluizen. Dat is typisch voor de orde Hemiptera waartoe ze behoren. Wat hun levenscyclus betreft, zijn sommige cicadensoorten bijzonder. De Noord-Amerikaanse periodieke cicaden (genus Magicicada) leven als nimf 13 of 17 jaar onder de grond voor ze als volwassen insect tevoorschijn komen. Krekels hebben een veel kortere levenscyclus van enkele maanden.
Samenvatting: de belangrijkste verschillen
| Kenmerk | Krekel | Cicade |
|---|---|---|
| Biologische orde | Orthoptera (rechtvleugeligen) | Hemiptera (halfvleugeligen) |
| Geluid | Stridulatie (vleugels) | Tymbalen (trilmembranen) |
| Wanneer actief | Voornamelijk ’s nachts | Overdag |
| Voeding | Allesetend | Plantensap |
| Voelsprieten | Lang | Kort |
| Vleugels | Liggen plat over het lichaam | Dakachtig, transparant |
| Levensduur | Enkele maanden | Maanden tot jaren (soortafhankelijk) |
Kortom: krekel en cicade zijn allebei zingende insecten, maar verder staan ze biologisch gezien ver van elkaar af. De cicade zingt harder, leeft langer en gebruikt een compleet ander mechanisme voor zijn geluid. De krekel is de rustige nachtmuzikant; de cicade het luidruchtige dagsymbool van de zuiderse zomer.
