Wesp of bij herkennen: de belangrijkste verschillen in één oogopslag

Een wesp of bij herkennen doe je het snelst door naar de taille te kijken. Een wesp heeft een smal, bijna draadachtig middenstuk tussen borststuk en buik. Een bij is aan dat punt duidelijk dikker en ronder. Dat verschil zie je al van een afstandje, zonder dat je het insect hoeft te vangen.

Toch vergissen mensen zich regelmatig, want wespen en bijen lijken op het eerste gezicht op elkaar. Ze zijn allebei geel-zwart gestreept en ze gonzen. Maar zodra je weet waar je op moet letten, is het onderscheid verrassend makkelijk te maken.

Lichaamsbouw: het snelste verschil

De taille is de meest betrouwbare manier om een wesp of bij te herkennen. Bij een wesp is het middenstuk zo smal dat het bijna lijkt alsof het dier in tweeën is geknipt. Bij een bij loopt het lichaam vloeiender en ronder door. Een honingbij heeft ook duidelijk meer haren op het lijf. Die haren zijn niet zomaar aanwezig: bijen verzamelen er stuifmeel mee. Op de achterpoten van een bij zie je soms zelfs gele of oranje klompjes stuifmeel hangen. Op een wesp zie je dat nooit.

Wespen hebben ook een gladdere huid met een felle geel-zwarte tekening die er bijna gelakt uitziet. Bijen zijn doffer en pluiziger. Die vacht geeft ze een wat zachter, behaagd uiterlijk vergeleken met de scherpe lijnen van een wesp.

Kleur en tekening

Zowel wespen als bijen zijn geel en zwart, maar de verhouding en scherpte van die kleuren verschilt. Wespen hebben heldere, felle gele banden die sterk afsteken tegen het zwart. De tekening is symmetrisch en erg strak. Bij bijen zijn de banden vaker iets bruiner of amberkleurig en minder scherp begrensd. Een honingbij heeft soms zelfs een bijna bruin-oranje schijn over de gele vlakken.

Let ook op de kop. Een wesp heeft opvallende, grote ogen die ver naar de zijkanten uitsteken. De antennes van een wesp zijn recht en lopen in een lichte knik. Die van een bij zijn iets gebogener.

Gedrag als hulpmiddel bij herkennen

Als je niet zeker bent van wat je ziet, helpt gedrag je verder. Wespen vliegen vaker rond eten en drank, zeker in de zomer en het najaar. Ze zijn aangetrokken door suikerrijke dingen zoals frisdrank, fruit en vlees. Een bij is daar minder in geïnteresseerd. Bijen zie je vooral bij bloemen, druk op zoek naar nectar en stuifmeel.

Een wesp kan ook meerdere keren steken. Ze verliest haar angel niet, in tegenstelling tot een honingbij. Een honingbij sterft nadat ze heeft gestoken, omdat haar angel met weerhaakjes vastzit in de huid en ze haar achterlijf beschadigt bij het losvliegen. Als je na een steek een angel in je huid ziet zitten, gaat het bijna zeker om een honingbij.

Welke soorten kom je tegen in Nederland?

In Nederland leven naar schatting zo’n zesduizend wespensoorten (bron: Wespenstichting). De meeste mensen denken bij “wesp” aan de gewone wesp of de Duitse wesp, de twee soorten die het vaakst in tuinen en op terrassen opduiken. Dit zijn sociale soorten die in nesten leven, soms ondergronds of in schuren. Van die zesduizend soorten bouwen slechts 15 soorten zulke sociale nesten.

De honingbij is de bekendste bij in Nederland. Daarnaast zijn er honderden soorten wilde bijen, zoals de zandbij, de metselbij en de hommel. De hommel is extra makkelijk te onderscheiden: die is veel groter, dik en behaard, en heeft een andere kleurpatroon, vaak met een oranje of witte staart.

Wesp of bij herkennen: snel overzicht

Kenmerk Wesp Bij (honingbij)
Taille Smal, bijna draadachtig Dikker, ronder
Lichaam Glad, kaal, glanzend Behaard, doffere huid
Kleur Fel geel-zwart, scherpe banden Geelbruin tot oranje-zwart
Stuifmeel Nee Ja, zichtbaar op poten
Angel Kan meerdere keren steken Sterft na één steek
Aangetrokken door Suiker, vlees, frisdrank Bloemen, nectar

Wanneer is identificatie lastig?

Sommige zweefvliegen bootsen de geel-zwarte kleur van wespen en bijen na, zonder zelf te kunnen steken. Je herkent een zweefvlieg aan de manier van vliegen: die hangt stil in de lucht en schiet dan plotseling opzij, iets wat wespen en bijen niet doen. Ook heeft een zweefvlieg maar twee vleugels in plaats van vier.

Een hoornaars (de grote neef van de wesp) zorgt ook voor verwarring. Die is duidelijk groter dan een gewone wesp, tot wel drie centimeter, met meer bruinrode kleur op de kop en het borststuk. Hoornaarsnesten zijn minder agressief dan je misschien denkt, maar steken pijn toch flink.

Met de kenmerken uit dit artikel maak je in de meeste situaties snel het onderscheid. Kijk eerst naar de taille en de beharing, en let daarna op het gedrag. Dat drieluik geeft je bijna altijd het antwoord.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *