De aziatische wesp (officieel: geelpoothoornaar of Vespa velutina) is een invasieve exoot die in heel Nederland voorkomt en een serieuze bedreiging vormt voor honingbijen en andere bestuivers. Het is geen gewone wesp, maar een hoornaar met een opvallend uiterlijk, een agressieve jachtstrategie en een groeiende populatie die steeds moeilijker te beheersen is.
Tot voor kort werd dit insect in Nederland de “aziatische hoornaar” genoemd. De officiële benaming is inmiddels geelpoothoornaar, maar aziatische wesp of aziatische hoornaar zijn beide termen die breed in gebruik zijn. In dit artikel lees je hoe je hem herkent, waarom hij gevaarlijk is voor de natuur, wat je moet doen als je een nest vindt en wanneer je zelf actie moet ondernemen.
Hoe herken je de aziatische wesp?
De geelpoothoornaar is iets kleiner dan de Europese hoornaar, maar groter dan een gewone wesp. Een werkster wordt ongeveer 2 tot 3 centimeter lang, koninginnen kunnen tot 3,5 centimeter groeien. Het kenmerkende uiterlijk maakt hem relatief goed te herkennen:
- Het lichaam is donkerbruin tot zwart, met een opvallend oranjegeel achterlijfssegment
- De poten zijn geel aan de uiteinden (vandaar de naam geelpoothoornaar)
- Het gezicht is oranjegeel van kleur
- De vleugels zijn donkerbruin, bijna zwart getint
Verwar hem niet met de Europese hoornaar (Vespa crabro), die veel meer geel en bruin gevlekt is en over het algemeen groter is. De aziatische wesp heeft een donkerder, strakker uiterlijk. Als je twijfelt, kun je een foto uploaden via de waarnemingsapp van Waarneming.nl of melden bij de NVWA.
Waar komt de aziatische wesp vandaan en hoe is hij in Nederland terechtgekomen?
De geelpoothoornaar stamt oorspronkelijk uit Azië, met name uit China en omliggende landen. Rond 2004 werd hij per ongeluk geïntroduceerd in Frankrijk, vermoedelijk via importgoederen. Vanuit Frankrijk verspreidde de soort zich razendsnel door grote delen van West-Europa: Spanje, Portugal, België, Duitsland en uiteindelijk ook Nederland. De NVWA bevestigt dat de soort inmiddels in heel Nederland is aangetroffen.
De snelle verspreiding is te verklaren door het ontbreken van natuurlijke vijanden in Europa, de brede voedselkeuze van de hoornaar en de grote nesten die een kolonie kan opbouwen. Een volwassen nest kan tegen het najaar wel 10.000 individuen bevatten.
Waarom is de aziatische wesp een probleem?
De grootste zorg is de impact op honingbijen en andere bestuivende insecten. De geelpoothoornaar jaagt actief op bijen: hij zweeft voor bijenkasten, pakt vliegende bijen in de lucht en sleept ze naar het nest als voedsel voor de larven. Dit fenomeen heet “hawking” (rondhangen voor een bijenkast). Een enkele aziatische wesp kan tientallen bijen per dag vangen. Een groep hoornaars bij een bijenkast kan de hele kolonie uitputten of vernietigen.
Naast honingbijen vangen aziatische wespen ook vlinders, zweefvliegen, hommels en andere insecten die belangrijk zijn voor de bestuiving van planten en gewassen. Dat maakt de soort schadelijk voor de biodiversiteit als geheel, niet alleen voor imkers.
Gevaar voor mensen: hoe gevaarlijk is de aziatische wesp echt?
De aziatische wesp is niet agressiever dan een gewone wesp als hij gewoon rondfluistert. Maar in de buurt van het nest gedraagt de kolonie zich fel verdedigend. Wie te dicht bij een nest komt, riskeert meerdere steken tegelijk. De steek zelf is vergelijkbaar met die van een gewone wesp of Europese hoornaar: pijnlijk, maar voor de meeste mensen niet gevaarlijk.
Mensen met een wespenallergie of anafylaxie lopen wel serieus gevaar. Meerdere steken tegelijk kunnen ook zonder bekende allergie een ernstige reactie geven. Benader een nest dus nooit zelf en houd kinderen en huisdieren op afstand.
Nest van de aziatische wesp: hoe ziet het eruit en waar zit het?
Nesten van de geelpoothoornaar zijn groot, bolvormig en opgebouwd uit een papierachtig materiaal van gekauwd hout. Ze lijken op een grote grauwe bal. Er zijn twee nesttypes:
- Primair nest: vroeg in het jaar, klein nest op een beschutte lage plek (onder een dakrand, in een schuur, in een struik). Dit nest wordt later verlaten.
- Secundair nest: het definitieve, grote nest. Vaak hoog in bomen (soms boven de 10 meter), maar ook in heggen, gebouwen of ondergronds.
Nesten zijn het makkelijkst te vinden in de herfst als de bladeren vallen. Maar dan is het nest ook op zijn grootst en meest gevuld met werksters. Meld een nest dus zo vroeg mogelijk in het seizoen, bij voorkeur in de zomer.
Wat moet je doen als je een nest vindt?
Ga nooit zelf een nest verwijderen of bestrijden. Dat is gevaarlijk en in de meeste gevallen ook niet effectief zonder de juiste middelen. De juiste stappen zijn:
- Nader het nest niet dichter dan enkele meters
- Meld de vondst via de NVWA-meldingssite of via Waarneming.nl
- Neem contact op met een erkend bestrijdingsbedrijf voor verwijdering
- Waarschuw omwonenden als het nest op een openbare of gedeelde plek zit
Gemeenten zijn niet automatisch verplicht om nesten te verwijderen op privéterrein. De kosten voor nestverwijdering door een professioneel bedrijf lopen uiteen, maar liggen naar schatting in 2025 tussen de 100 en 300 euro, afhankelijk van de locatie en hoogte van het nest.
Wat kun je zelf doen om verspreiding te beperken?
Individueel kun je weinig doen aan de verspreiding van de aziatische wesp, maar een paar dingen helpen wel. Meld waarnemingen van de wesp én van nesten zo snel mogelijk via officiële kanalen. Hoe eerder een nest gevonden wordt, hoe goedkoper en eenvoudiger de verwijdering. Imkers kunnen het hawking-gedrag vertragen door speciale vlieggaatbeschermers op bijenkasten te plaatsen, die bijen er wel door laten maar hoornaars tegenhouden.
Vallen plaatsen wordt tegenwoordig afgeraden door onderzoekers en de NVWA, omdat gewone vallen veel meer bijvangst opleveren (bijen, zweefvliegen, vlinders) dan aziatische wespen. Gerichte, selectieve monitoringvallen voor professioneel gebruik zijn een ander verhaal, maar die zijn niet bedoeld voor particulieren.
De aziatische wesp is inmiddels een blijvend deel van de Nederlandse fauna. Volledig uitroeien is niet meer realistisch. Het gaat er nu om de populatie te beheersen, nesten tijdig te melden en de schade aan bijen en andere bestuivers zo veel mogelijk te beperken. Kom je een nest of een verdacht insect tegen, meld het dan snel via de NVWA of Waarneming.nl. Dat is de meest concrete bijdrage die je als particulier kunt leveren.
