Een sprinkhaan heeft een langwerpig lichaam, zes poten en lange achterpoten die speciaal zijn gebouwd om mee te springen. Dat is in één zin de kern van hoe een sprinkhaan eruitziet. Maar er zit meer aan dit insect dan je op het eerste gezicht zou denken.
Het lichaam van een sprinkhaan: bouw en indeling
Het lichaam van een sprinkhaan is verdeeld in drie delen: kop, borststuk en achterlijf. Dit is bij alle insecten zo, maar bij de sprinkhaan vallen de verhoudingen direct op. Het achterlijf is opvallend lang en smal, waardoor het dier een gestrekte, haast cilindrische vorm heeft.
Op de kop zitten twee grote, samengestelde ogen die een breed gezichtsveld geven. Daartussen zitten twee antennen. Bij echte sprinkhanen (de kortsprietigen) zijn die antennen kort en stevig. Bij krekels en sabelsprinkhanen zijn ze juist zeer lang, soms langer dan het hele lichaam. Dat is een van de makkelijkste manieren om de soorten uit elkaar te houden.
De mond is gericht naar beneden en heeft stevige kaken. Sprinkhanen zijn planteneters en die kaken zijn dan ook gebouwd om plantenmateriaal mee te malen.
De poten: voor springen én horen
Zes poten, en de achterste twee zijn veruit het opvallendst. Die achterpoten zijn sterk verlengd en hebben dikke, gespierde dijbenen. Precies daarmee zet een sprinkhaan zich af voor een sprong. Voor zijn lichaamsgrootte springt een sprinkhaan indrukwekkend ver, tot wel twintig keer zijn eigen lichaamslengte.
De vier voorste poten zijn dunner en worden gebruikt om te lopen en te klimmen. Mannelijke sprinkhanen gebruiken de achterpoten ook om geluid te maken: door een ribbel op de achterpoot langs de vleugel te wrijven ontstaat het bekende tjirpende geluid. Dit heet stridulatie.
Vleugels en kleur: zo herkent je een sprinkhaan
De meeste sprinkhanen hebben twee paar vleugels. De buitenste vleugels (de dekschilden) zijn smal en leerachtig. Ze liggen plat over het achterlijf en beschermen de dunne vliesvleugels eronder, waarmee het dier vliegt. In rust zie je die vliesvleugels nauwelijks.
De kleur is bij de meeste Europese soorten groen, bruin of een combinatie van beide. Dat is geen toeval: het is camouflage. In gras of tussen dode bladeren valt een sprinkhaan daardoor vrijwel niet op. Sommige soorten hebben felgekleurde vliesvleugels, rood of blauw, die alleen zichtbaar zijn tijdens de vlucht. Zodra het dier landt, verdwijnen die kleuren achter de bruine dekschilden en lijkt het alsof er nooit iets was.
De lichaamslengte varieert sterk per soort. Kleine inheemse soorten zijn zo’n 1 tot 2 centimeter lang. Grotere soorten, zoals de reuzesprinkhaan die soms in Nederland wordt gesignaleerd, kunnen 5 tot 7 centimeter meten.
Hoe ziet een sprinkhaan eruit vergeleken met een krekel of sabelsprinkhaan?
De drie worden vaak door elkaar gehaald, maar ze zijn goed te onderscheiden. Het handigste verschil zit in de antennen en de pootlengte.
- Sprinkhaan (kortsprietige): korte antennen, breed koppie, zingt overdag
- Sabelsprinkhaan (langsprietige): zeer lange antennen, slanker lichaam, zingt vooral ’s avonds en ’s nachts
- Krekel: donkerder van kleur (vaak zwart of donkerbruin), rondere kop, leeft meer verborgen op de grond
Bij vrouwelijke sabelsprinkhanen zie je ook een opvallende legboor aan het achterlijf, een lang, gebogen of recht uitsteeksel waarmee ze eitjes in de grond of in plantenstengels leggen. Bij sprinkhanen is die legboor veel korter en nauwelijks zichtbaar.
Hoe groot is een sprinkhaan precies?
In Nederland en België kom je tientallen soorten tegen, en de grootte loopt flink uiteen. De kleine veldsprinkhaan is met zo’n 1,5 centimeter een van de kleinste. De grote groene sabelsprinkhaan is een stuk indrukwekkender en kan inclusief antennen gemakkelijk 10 centimeter overspannen. De kleur is bij die soort heldergroen, wat hem overdag in hoog gras vrijwel onzichtbaar maakt ondanks zijn formaat.
Al die kenmerken samen, de lange achterpoten, de leerachtige dekschilden, de gestrekte vorm en de groene of bruine camouflagekleuren, maken dat je een sprinkhaan na één goede blik eigenlijk altijd herkent. Het lastigste is ze te vinden, want ze horen is makkelijker dan ze zien.
