De groene sprinkhaan is in Nederland vooral bekend als de grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima), een van de grootste en opvallendste sprinkhanen die je hier kunt tegenkomen. Hij is felgroen van kleur, kan meer dan vijf centimeter lang worden en maakt een doordringend geluid dat je op warme zomeravonden al van ver hoort. Als je een luid, scherp tjirpend geluid hoort vanuit struiken of hoog gras, is de kans groot dat je met deze soort te maken hebt.
Hoe herken je de groene sprinkhaan?
De grote groene sabelsprinkhaan is bijna volledig felgroen, soms met een lichtbruine streep over de rug. Dat felle groen maakt hem in dicht bladgroen vrijwel onzichtbaar, ook al is hij groot. De achterpoten zijn lang en krachtig, bedoeld om mee te springen. De voelsprieten zijn langer dan het lichaam zelf, wat typerend is voor sabelsprinkhanen als groep.
Bij de vrouwtjes valt de lange, sabelachtige legboor op, die achter aan het lichaam uitsteekt. Die legboor ziet er indrukwekkend uit, maar is niet gevaarlijk. De mannetjes missen deze legboor en zijn iets kleiner dan de vrouwtjes. Beide seksen hebben vleugels en kunnen korte afstanden vliegen, al doen ze dat niet heel vaak.
Geluid: zo maakt de groene sprinkhaan zijn kenmerkende tjirpen
Het geluid van de grote groene sabelsprinkhaan is onmiskenbaar. Het mannetje produceert zijn zang door de vleugels langs elkaar te wrijven, een techniek die stridulatie heet. Het resultaat is een hoog, schel en snel geluid dat klinkt als een langgerekt “tsji-tsji-tsji”. Dit geluid is bedoeld om vrouwtjes aan te trekken en rivalen op afstand te houden.
Je hoort de groene sprinkhaan het vaakst in de late middag en avond, en soms ook ’s nachts. Overdag zit hij stilletjes verscholen in de vegetatie. Het geluid draagt ver en kan behoorlijk luid zijn, zeker als meerdere mannetjes tegelijk zingen. In warme zomers, wanneer de temperatuur ook ’s avonds hoog blijft, zijn ze bijzonder actief.
Leefgebied en verspreiding in Nederland
De grote groene sabelsprinkhaan houdt van warm, open terrein met voldoende hoge begroeiing. Je vindt hem in bosranden, bermen, ruige tuinen, braakliggende terreinen en heggen. Hij heeft een voorkeur voor plekken waar struiken en kruidachtige planten door elkaar groeien. Zonnige, beschutte locaties spreken hem het meest aan.
In Nederland komt de soort voor van het zuiden tot in het midden en westen van het land. In warmere streken van Europa, zoals rondom de Middellandse Zee, is hij nog algemener. Door de opwarming van het klimaat breidt hij zijn verspreidingsgebied in Nederland geleidelijk verder naar het noorden uit.
Wat eet de groene sprinkhaan?
De grote groene sabelsprinkhaan is een allesvreters, en dat maakt hem bijzonder. Hij eet zowel plantaardig materiaal als andere insecten en kleine ongewervelden. Gras, bladeren en zaden staan op het menu, maar ook rupsen, vliegen en andere kleine insecten. In de natuur speelt hij daarmee een dubbele rol: als prooi voor vogels en als jager op kleinere dieren.
Die gemengde eetgewoonte zorgt ervoor dat hij goed gedijt in gevarieerde omgevingen, waar zowel planten als insecten in overvloed aanwezig zijn. In de tuin is hij daarmee eerder nuttig dan schadelijk.
Levenscyclus: van ei tot volwassen sprinkhaan
De grote groene sabelsprinkhaan legt eieren in de grond, in plantenstengels of in dood hout. Het vrouwtje gebruikt daarvoor de legboor. De eieren overwinteren en komen het volgende voorjaar uit als nimfen, kleine versies van de volwassen sprinkhaan maar zonder vleugels. Na een reeks vervellingen, waarbij ze steeds groter worden, zijn de dieren in de zomer volledig volwassen.
Volwassen exemplaren zie je in Nederland doorgaans van juni tot en met oktober. Na de voortplanting sterven de volwassen dieren met de eerste koude nachten. Alleen de eieren in de grond overleven de winter en zorgen voor de volgende generatie.
Groene sprinkhaan in de tuin: wat kun je verwachten?
Als je een grote groene sabelsprinkhaan in de tuin tegenkomt, is dat een goed teken. Het betekent dat jouw tuin voldoende variatie, warmte en schuilgelegenheid biedt. De soort profiteert van wilde hoekjes, hoge bermen en struiken. Een te strak gemaaide tuin is voor hem ongeschikt.
Hij kan bijten als hij wordt vastgepakt, maar doet dat zelden zonder aanleiding. De beet is onprettig maar niet gevaarlijk voor mensen. Laat hem gewoon zijn gang gaan: hij helpt insectenpopulaties in balans te houden en is zelf voedsel voor vogels zoals merels en spreeuwen.
De groene sprinkhaan is kortom een fascinerende bewoner van het Nederlandse buitenleven. Herken je het luide tjirpen op een warme avond? Zoek dan eens rustig in de struiken. Met wat geduld zie je misschien een felgroen exemplaar zitten dat nauwelijks te onderscheiden is van het blad waarop hij rust.
