De bruine sprinkhaan (Chorthippus brunneus) is een van de meest voorkomende sprinkhanen in Nederland en België. Je herkent hem direct aan zijn bruine kleur en de sterk ingeknepen halskielen, de lijnen aan de zijkanten van het halsschild. De vleugels steken duidelijk voorbij de achterknie, bij mannetjes nog meer dan bij vrouwtjes. Groen gekleurde exemplaren komen zelden voor.
Hoe herken je de bruine sprinkhaan?
De bruine sprinkhaan is overwegend bruin van kleur, soms met grijze of geelachtige tinten. Het meest opvallende kenmerk zijn de sterk ingeknepen halskielen. Dat zijn de zijranden van het halsschild die naar binnen buigen en de soort een duidelijk “ingesneden” uitstraling geven. Dit kenmerk onderscheidt de bruine sprinkhaan van andere verwante soorten.
De vleugels zijn goed ontwikkeld en reiken tot voorbij de achterknie, bij mannetjes zelfs duidelijk verder. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes, wat bij sprinkhanen gebruikelijk is. Vrouwtjes kunnen tot ongeveer 2,5 centimeter lang worden, mannetjes blijven iets kleiner. Zelden zie je een exemplaar dat van boven groen is in plaats van bruin.
Waar leeft de bruine sprinkhaan?
De bruine sprinkhaan is een warmteminnende soort. Je vindt hem op droge, open plekken zoals zandige dijken, heideterreinen, droge graslanden, wegbermen en spoorranden. Hij gedijt het best op plekken met een lage, ijle begroeiing en veel kale grond. Een warme bodem is belangrijk, omdat de eieren in de grond worden afgezet en warmte nodig hebben om te ontwikkelen.
In Nederland en België komt de soort wijdverspreid voor, maar hij is het talrijkst op droge, zonnige standplaatsen. Ook in de rest van Europa is Chorthippus brunneus een gewone verschijning, van Groot-Brittannië tot ver in het oosten van het continent.
Geluid en gedrag
Mannetjes van de bruine sprinkhaan produceren een typerend zingend geluid door hun poten langs de vleugels te strijken. Dit heet stridulatie. Het zanggeluid is een vrij snel, raspend geritsel dat regelmatig herhaald wordt. Elke sprinkhaanensoort heeft een eigen zangpatroon, en dat geluid is voor kenners een betrouwbaar herkenningsmiddel, soms betrouwbaarder dan het uiterlijk.
De bruine sprinkhaan is actief van zomer tot vroege herfst, met de piekperiode tussen juli en oktober. Op warme, zonnige dagen is hij het meest zichtbaar en hoorbaar. Bij kou of bewolking kruipt hij weg tussen de begroeiing en is hij nauwelijks te vinden.
Wat eet de bruine sprinkhaan?
Net als de meeste sprinkhaansoorten eet de bruine sprinkhaan voornamelijk grassen en kruiden. Hij is geen kieskeurige eter en maakt gebruik van wat er in zijn directe omgeving beschikbaar is. Dit maakt hem aanpasbaar en verklaart deels zijn brede verspreiding.
Voortplanting en levenscyclus
Na de paring legt het vrouwtje eierpakketten (oötheken) af in de bodem. De eieren overwinteren en komen in het voorjaar uit. De jonge sprinkhanen, nimfen, lijken op de volwassen dieren maar hebben nog geen volledig ontwikkelde vleugels. Na een aantal vervellingsrondes groeien ze uit tot volwassen exemplaren. De bruine sprinkhaan heeft dus een jaarcyclus: de volwassen dieren leven van de zomer tot de eerste nachtvorst, waarna ze sterven. Alleen de eieren overleven de winter.
Verwisseling met andere soorten
De bruine sprinkhaan lijkt op enkele andere soorten uit hetzelfde geslacht, zoals de veldsprinkhaan (Chorthippus campestris) en de krasser (Chorthippus parallelus). Het verschil zit hem vooral in de halskielen en de vleugellengte. Bij de bruine sprinkhaan zijn de halskielen duidelijk naar binnen gebogen en reiken de vleugels verder dan de achterknie. Bij de krasser zijn de vleugels korter, zeker bij vrouwtjes. Twijfel je? Let op het zanggeluid van het mannetje, dat is per soort uniek.
De bruine sprinkhaan is een robuuste, makkelijk te vinden soort voor wie op een zonnige zomerdag door een droog, open gebied loopt. Met de ingeknepen halskielen, de lange vleugels en het raspende zanggeluid van het mannetje heb je genoeg aanwijzingen om de soort met zekerheid te herkennen.
