Sprinkhanen zijn veel interessanter dan je misschien denkt. Ze zingen met hun poten, springen tientallen keren hun eigen lengte en sommige soorten zijn groter dan je hand. In België en Nederland leven tientallen soorten, elk met hun eigen eigenaardigheid. Hieronder vind je de leukste sprinkhaan weetjes op een rij.
In België leven zo’n 45 soorten sprinkhanen
België telt naar schatting zo’n 45 verschillende sprinkhanansoorten. Dat klinkt misschien weinig, maar elke soort heeft zijn eigen biotoop, geluid en uiterlijk. Je vindt ze op droge heidevelden, in bloemrijke hooilanden en langs zandige bermen. Hoe droger en warmer de plek, hoe groter de kans dat je een sprinkhaan tegenkomt.
Nederland heeft een vergelijkbaar aantal soorten, al verschilt de verspreiding per regio sterk. Soorten als de veldsprinkhaan en de krasser zijn in veel gebieden gewoon te vinden, terwijl zeldzamere soorten alleen op specifieke plekken voorkomen.
De grote groene sabelsprinkhaan is de grootste soort
De grote groene sabelsprinkhaan is de grootste sprinkhaan die in onze streken voorkomt. Een volwassen vrouwtje kan meer dan vijf centimeter lang worden. Je herkent hem aan zijn felgroene kleur, de lange antennes en de opvallende legboor bij het vrouwtje. Die legboor lijkt op een sabel, vandaar de naam. Hij leeft vooral in hoge vegetatie, struiken en bosranden.
Een krekel is geen sprinkhaan
Dit is een van de meest voorkomende misverstanden: een krekel is geen sprinkhaan. Krekels behoren wel tot dezelfde orde (Orthoptera), maar ze zijn een aparte groep. Het verschil zit in de antennes. Krekels hebben veel langere antennes dan sprinkhanen. Ook het geluid verschilt: krekels tjirpen, sprinkhanen striduleren (zie hieronder). Krekels zijn ook vaker ’s nachts actief, terwijl sprinkhanen overdag zingen.
Sprinkhaan weetjes over het zingen: ze gebruiken hun poten
Het kenmerkende geluid van een sprinkhaan heet stridulatie. De meeste sprinkhanen maken dat geluid door hun achterpoten langs hun vleugels te wrijven. Op de binnenkant van de achterpoot zit een soort rij kleine tandjes, vergelijkbaar met een kam. Die tandjes schuren langs een verharde ader op de vleugel, en zo ontstaat het geluid. Elke soort heeft een eigen “lied”, waardoor je ze ook op geluid kunt determineren.
Sabelsprinkhanen doen het net anders: die wrijven hun twee vleugels langs elkaar. Dat zijn dan ook twee heel verschillende groepen binnen de sprinkhanen.
Ze springen tot twintig keer hun eigen lichaamslengte
Sprinkhanen staan bekend om hun springkracht. Een gemiddelde sprinkhaan kan tot wel twintig keer zijn eigen lichaamslengte ver springen. Voor een insect van vijf centimeter betekent dat een sprong van een meter. Dat kunnen ze dankzij hun sterk gespierde achterpoten, die als een soort veer werken. Springen gebruiken ze vooral om te vluchten voor vijanden, niet zozeer om te jagen.
Sprinkhanen zijn koudbloedig en afhankelijk van de zon
Als koudbloedig dier regelt een sprinkhaan zijn lichaamstemperatuur niet zelf. Daarom zie je ze op zonnige ochtenden eerst opwarmen in de zon voordat ze actief worden. Bij bewolkt weer of in de herfst hoor en zie je ze nauwelijks. Ze zijn dan te traag om goed te functioneren. Dat verklaart ook waarom ze zo sterk gebonden zijn aan open, zonnige plekken.
Ze eten planten, maar zijn zelden echt schadelijk
De meeste Europese sprinkhanen eten grassen en kruiden. Ze zijn planteneters, maar in onze streken veroorzaken ze vrijwel nooit schade aan gewassen. Dat is anders in tropische en droge gebieden, waar bepaalde soorten in enorme zwermen optrekken. De befaamde treksprinkhaan (Schistocerca gregaria) kan in Afrika en het Midden-Oosten complete oogsten vernietigen. Maar die soort heeft niets te maken met de kleine veldsprinkhaan die je in een Nederlandse wei tegenkomt.
Het vrouwtje legt haar eieren in de grond
Na de paring legt het vrouwtje haar eieren in de bodem. Ze boort daarvoor haar achterlijf in de grond en legt een pakketje eieren, een zogenaamd eicoccon. De eieren overwinteren in de grond en komen in het voorjaar uit. Jonge sprinkhanen (nimfen) lijken al sterk op volwassen dieren, maar hebben nog geen functionele vleugels. Die ontwikkelen zich na een aantal vervellingen.
Veel soorten staan onder druk
Van de sprinkhanen in België en Nederland staan meerdere soorten op de Rode Lijst. De oorzaak is bijna altijd hetzelfde: verlies van open, bloemrijk en droog grasland. Door intensieve landbouw, verruiging en bebouwing verdwijnen geschikte leefplekken. Sprinkhanen zijn daardoor een goede graadmeter voor de toestand van een gebied. Hoor je op een warme dag veel verschillende soorten? Dan is de kans groot dat de plek ecologisch waardevol is.
Sprinkhanen zijn kleine maar opvallende dieren met verrassend veel bijzonderheden. Van hun zangmethode tot hun springkracht en hun gevoeligheid voor verlies van leefgebied: wie er eens goed op let, ontdekt dat een simpele berm vol met deze insecten een wereld op zich is.
