De mantis sprinkhaan is geen echte sprinkhaan, maar een bidsprinkhaan: een roofinsect dat wereldwijd bekendstaat om zijn kenmerkende “biddende” houding met opgeheven voorpoten. De naam “mantis sprinkhaan” wordt in het Nederlands vaak gebruikt voor de gewone bidsprinkhaan (Mantis religiosa), de meest bekende soort in Europa. Ondanks de naam heeft dit insect weinig gemeen met gewone sprinkhanen: het is een actieve jager die andere insecten verslindt.
Bidsprinkhanen behoren tot de orde Mantodea en zijn daarmee een aparte groep binnen de insecten. Wereldwijd zijn er meer dan 2.400 soorten beschreven, van tropische reuzen tot kleine soorten die in Zuid-Europa voorkomen. In Nederland en België duikt de gewone bidsprinkhaan (Mantis religiosa) af en toe op, al is het een warmteminnende soort die het liefst in droge, zonnige gebieden leeft.
Hoe herken je een mantis sprinkhaan?
Het meest opvallende kenmerk van de mantis sprinkhaan zijn de verlengde, grijpende voorpoten. Die houdt het dier omhooggestoken alsof het bidt, vandaar de naam. De voorpoten zijn voorzien van scherpe tandjes waarmee de bidsprinkhaan zijn prooi grijpt en vasthoudt. De kop is driehoekig en bijzonder beweeglijk: bidsprinkhanen kunnen hun kop 180 graden draaien, iets wat bij vrijwel geen enkel ander insect voorkomt.
De kleur varieert per soort en leefomgeving. De gewone bidsprinkhaan (Mantis religiosa) is meestal groen of bruin, wat uitstekende camouflage biedt tussen grassen en struiken. Tropische soorten kunnen geel, roze of zelfs bloemvormig zijn om op te gaan in hun omgeving. Een volwassen exemplaar van Mantis religiosa wordt gemiddeld 6 tot 8 centimeter lang. Vrouwtjes zijn duidelijk groter dan mannetjes.
Wat eet een mantis sprinkhaan?
De mantis sprinkhaan is een carnivoor die op alles jaagt wat hij kan overmeesteren. Gewone prooidieren zijn vliegen, sprinkhanen, kevers en vlinders. Grotere soorten kunnen zelfs kleine hagedissen, kikkers of kolibries aanvallen. De jachtmethode is altijd hetzelfde: bewegingsloos wachten totdat prooi dichtbij genoeg is, dan razendsnel toeslaan met de voorpoten. Die aanval duurt slechts een fractie van een seconde.
Een bekend verschijnsel bij bidsprinkhanen is kannibalisme. Het vrouwtje eet het mannetje soms op tijdens of na de paring. Dit gebeurt niet altijd, maar het komt bij de gewone bidsprinkhaan regelmatig voor, vooral wanneer het vrouwtje honger heeft. Onderzoekers hebben vastgesteld dat het mannetje in sommige gevallen zelfs doorgaat met paren terwijl het opgegeten wordt.
Leefgebied en voorkomen in Nederland
De gewone bidsprinkhaan is van nature thuis in het Middellandse Zeegebied, Centraal-Azië en delen van Afrika. In Nederland en België is de soort zeldzaam en wordt hij incidenteel gesignaleerd, waarschijnlijk meegenomen door de wind of door menselijk transport. Door de opwarming van het klimaat verschijnt de mantis sprinkhaan steeds vaker in Noordwest-Europa. Ze houden van droge, open terreinen met lage begroeiing, zoals kalkgraslanden, heidevelden en zandige ruigten.
De eieren overleven de winter in een eierpakket, het “oötheca” genoemd. Dat is een schuimachtige koker die het vrouwtje maakt en die tientallen tot honderden eitjes kan bevatten. In het voorjaar komen de jonge nimfen uit en groeien ze in de loop van de zomer uit tot volwassen dieren.
Mantis sprinkhaan als huisdier
Bidsprinkhanen zijn populaire terrariumbewoners. Ze zijn relatief eenvoudig te houden, schoon en fascinerend om naar te kijken. Voor beginners is de gewone bidsprinkhaan of de Afrikaanse bidsprinkhaan (Sphodromantis viridis) een goede keuze. Je hebt een goed geventileerd terrarium nodig met de juiste luchtvochtigheid en temperatuur (voor de meeste soorten tussen 25 en 30 graden Celsius). Je voert ze levende insecten, zoals fruitvliegjes voor jonge dieren en krekels of sprinkhanen voor volwassen exemplaren.
Let op: nooit twee bidsprinkhanen samen houden, tenzij je wilt dat de een de ander opeet. Ze zijn solitaire dieren en dulden geen soortgenoten in hun directe omgeving.
De mantis sprinkhaan is een van de meest bijzondere insecten ter wereld: een stille jager met uitzonderlijk zicht, perfecte camouflage en een gedrag dat zelfs ervaren insectenliefhebbers nog steeds verbaast. Of je hem nu in het wild tegenkomt in Zuid-Europa of thuis houdt in een terrarium, dit insect verdient meer aandacht dan zijn ietwat misleidende naam doet vermoeden.
