Een wesp heeft een slanke, geelzwart gestreepte buik, zes poten, twee paar vleugels en een duidelijke insnoering tussen borststuk en achterlijf. Dat “wespentaille” is het meest herkenbare kenmerk. Wie weet waar je op moet letten, herkent een wesp in één oogopslag en verwart hem niet meer met een bij of hommel.
Het uiterlijk van een wesp: de basiskenmerken
Een wesp is opgebouwd uit drie delen: kop, borststuk en achterlijf. De kop draagt twee grote samengestelde ogen, twee lange geknipte antennes en krachtige kaken waarmee de wesp voedsel afbijt. Het borststuk is het middendeel waaraan de poten en vleugels vastzitten. Het achterlijf loopt puntig toe en bevat bij de vrouwelijke wesp de angel.
De twee paar vleugels zijn doorzichtig met een lichtgele of bruinachtige tint. In rust vouwt een wesp zijn vleugels langs de zijkant van het lichaam, zodat ze smaller lijken dan ze zijn. Dat is meteen een verschil met een bij, die de vleugels meer plat houdt.
De poten zijn geel met zwarte vlekken en vrij lang ten opzichte van het lichaam. Een wesp heeft geen dikke haarpoten zoals een honingbij. De poten zien er glad en gespierd uit.
Hoe ziet een wesp eruit qua kleur en tekening?
De meest herkenbare eigenschap is het geel-zwarte strepenpatroon op het achterlijf. De banden zijn scherp afgelijnd en afwisselend geel en zwart. Bij sommige soorten, zoals de gewone wesp en de Duitse wesp, staan er kleine zwarte vlekjes of ankers in de gele banden. Die tekening verschilt per soort en is bij geoefende waarnemers een handig herkenningspunt.
Het borststuk is overwegend zwart, soms met gele stippen of strepen aan de zijkant. De kop is ook zwart met gele vlekken rondom de ogen en op de wangen. De exacte verdeling van zwart en geel varieert, maar de combinatie van die twee kleuren is vrijwel altijd aanwezig.
Verwar de felle, harde kleuren van een wesp niet met de meer gedempte, bruinoranje tinten van een bij. Een honingbij ziet er warmer en harig uit. Een wesp heeft een glanzend, bijna gelakt uiterlijk zonder zichtbare beharing op het lichaam.
Hoe groot is een wesp?
Een gewone werkster-wesp is ongeveer 11 tot 14 millimeter lang. Een koningin is groter en kan 18 tot 20 millimeter meten. Dat klinkt als een klein verschil, maar in de praktijk valt een koningin duidelijk op door haar forse formaat, zeker in het voorjaar wanneer ze alleen vliegt en een nest zoekt.
De hoornaar, die tot de wespensoorten behoort, is nog een stuk groter: werkers worden 18 tot 25 millimeter en een koningin kan tot 35 millimeter lang worden. Een hoornaar heeft ook een deels roodbruin borststuk en kop, waardoor hij duidelijk anders oogt dan de gewone geel-zwarte wesp.
Verschillen tussen wesp, bij en hommel in één oogopslag
Het is een veelgemaakte vergissing om een wesp aan te zien voor een bij of hommel. Toch zijn de verschillen goed zichtbaar als je weet waar je op let.
- Wesp: slanke taille, glanzend lijf, felle geel-zwarte strepen, geen zichtbare beharing, vleugels gevouwen langs het lichaam.
- Honingbij: iets gedrongen lichaam, zachter bruin-gele kleur, duidelijke haartjes op het lijf en dikkere haarpoten voor stuifmeel.
- Hommel: dik, rond en harig, zwart met gele of oranje banden, veel groter en zachter van uiterlijk, geen felle glans.
De insnoering tussen borststuk en achterlijf is bij een wesp het scherpst. Bij een bij is die overgang zachter en minder uitgesproken. Als je die “wespentaille” duidelijk ziet, weet je vrijwel zeker dat je met een wesp te maken hebt.
Vrouwtje of mannetje: zijn er zichtbare verschillen?
Vrouwelijke wespen (werksters en koninginnen) hebben een angel. Mannetjes hebben geen angel maar zijn verder moeilijk te onderscheiden zonder ze van dichtbij te bekijken. Mannetjes hebben iets langere antennes en missen de angel aan het achterlijf. Voor de meeste mensen is dit onderscheid in de praktijk lastig te zien.
Werksters en koninginnen zien er verder grotendeels hetzelfde uit. Het enige duidelijke verschil is de lengte: een koningin is merkbaar groter, zeker naast een werkster.
Kortom, een wesp herken je het snelst aan zijn slanke lichaamsbouw, de scherpe geel-zwarte banding, het glanzende oppervlak en de duidelijke insnoering in het midden. Zie je dat patroon, dan kun je er vrijwel zeker van zijn dat je naar een wesp kijkt.
