Cicade of krekel: de verschillen en wat dat geluid écht maakt

Een cicade en een krekel zijn twee verschillende insecten, maar worden vaak door elkaar gehaald omdat ze allebei een opvallend, doordringend geluid maken. Het zoemende, hoge tsjirpen dat je ’s zomers in warme landen hoort, is vrijwel altijd een cicade. Het lagere, ritmische tsjirpen in de avond en nacht is de krekel. Eenmaal je dit weet, hoor je het verschil meteen.

Wat zijn cicaden en krekels precies?

Cicaden (familie Cicadidae) zijn insecten met brede, doorzichtige vleugels die plat over het lichaam liggen. Ze zijn verwant aan bladluizen en wantsen, niet aan krekels. Krekels (familie Gryllidae) zijn verwant aan sprinkhanen en hebben herkenbare, lange achterpoten. Dat verschil in familielijn verklaart ook waarom ze zo anders klinken en leven.

Een volwassen cicade is duidelijk groter dan een krekel. Afhankelijk van de soort meet een cicade tussen de twee en vijf centimeter. Krekels zijn compacter, meestal één tot drie centimeter lang. Beide insecten leven wereldwijd, maar cicaden zijn vooral in (sub)tropische gebieden en landen rondom de Middellandse Zee te vinden. De krekel is ook in Nederland gewoon aanwezig, al hoor je hem hier vaker dan dat je hem ziet.

Hoe maken cicade en krekel hun geluid?

Dit is het grootste verschil tussen de cicade en de krekel: de manier waarop ze geluid produceren. Een cicade gebruikt hiervoor een orgaan dat een tymbal heet. Dat zijn twee membranen aan de zijkant van het achterlijf die de cicade razend snel inknikt en uitklapt, vergelijkbaar met het indeuken van een blikje. Dit levert het hoge, doordringende zoemgeluid op dat je bij warmte al van honderden meters afstand kunt horen. Alleen mannetjes produceren dit geluid, en ze doen het om vrouwtjes aan te trekken.

Een krekel maakt geluid op een heel andere manier: hij strijkt zijn vleugels langs elkaar. Op de ene vleugel zit een soort kartelrand, op de andere een gladde rand. Door die twee langs elkaar te bewegen ontstaat het bekende tsjirpgeluid. Dit heet stridulatie. Ook bij de krekel zijn het de mannetjes die tsjirpen, eveneens om wijfjes te lokken.

Praktisch gezien kun je ze op tijdstip en temperatuur onderscheiden. Cicaden zijn overdag actief en hun geluid neemt toe naarmate het warmer wordt. Krekels tsjirpen juist ’s avonds en ’s nachts, en zijn bij lagere temperaturen actiever dan cicaden.

Wat eten cicaden en krekels?

Cicaden zijn plantensapzuigers. Met hun scherpe monddelen prikken ze door de schors van bomen en struiken om het vloeibare sap op te zuigen. Dat sap is arm aan voedingsstoffen, en cicaden hebben daarvoor een bijzondere oplossing: ze werken samen met bacteriën in hun lichaam die helpen bij het verteren en aanvullen van ontbrekende voedingsstoffen. Volgens Wikipedia is deze samenwerking met bacteriën bij cicaden het verst ontwikkeld van alle insecten die een vergelijkbare symbiose kennen. Dat maakt ze bijzonder in de insectenwereld.

Krekels zijn alleseters. Ze eten plantenmateriaal, zaden, schimmels en ook andere kleine insecten of dode dieren. Die brede eetgewoonte maakt de krekel makkelijker te houden in gevangenschap, wat verklaart waarom krekels wereldwijd worden gekweekt als voer voor reptielen en vogels.

Cicade krekel: levenscyclus vergeleken

De levenscyclus van de cicade is opmerkelijk lang. De larven leven ondergronds, soms jarenlang, terwijl ze aan boomwortels zuigen. Sommige Noord-Amerikaanse soorten blijven zelfs zeventien jaar onder de grond voor ze naar buiten komen. In Europa en rond de Middellandse Zee is de cyclus korter, maar nog altijd meerdere jaren. Het volwassen leven boven de grond duurt slechts enkele weken.

Krekels hebben een veel kortere levenscyclus van ruwweg een jaar. Na de eierstadia ontwikkelen ze zich via nimfenstadia naar het volwassen insect. In warme gebieden kunnen er meerdere generaties per jaar zijn. De kortere levenscyclus maakt de krekel flexibeler in zijn verspreiding en aanpassing aan de omgeving.

Hoe herken je ze als je ze ziet?

  • Vleugels: cicaden hebben brede, doorzichtige vleugels die plat op het lichaam rusten; krekels hebben smallere vleugels die soms ook dienen om geluid te maken.
  • Lichaamsvorm: cicaden zijn breed en gedrongen; krekels zijn slanker met duidelijk zichtbare lange achterpoten.
  • Kleur: cicaden zijn vaak groen of bruin met een doorzichtige vleugel met duidelijke aders; krekels zijn overwegend zwart of donkerbruin.
  • Voelsprieten: krekels hebben opvallend lange, dunne voelsprieten, soms langer dan hun eigen lichaam; die van cicaden zijn kort.
  • Activiteit: cicaden overdag in de zon, krekels bij schemering en ’s nachts.

Wie in Zuid-Europa op vakantie gaat en dat intense, niet-aflatende zoemgeluid hoort in de hitte van de middag, luistert naar cicaden. Wie thuis op een zomerse avond een ritmisch tsjirpen hoort vanuit het gras of de tuin, heeft waarschijnlijk een krekel in de buurt. Die twee geluiden zijn de makkelijkste manier om de cicade van de krekel te onderscheiden, zelfs als je de dieren zelf nooit te zien krijgt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *