De orchidee sprinkhaan (Hymenopus coronatus) is een bidsprinkhaan die zo goed op een orchideebloem lijkt, dat insecten hem pas zien als het te laat is. Met zijn roze en witte kleuren, bladachtige poten en bloemvormig lichaam is dit een van de meest opvallende en uitgesproken gecamoufleerde insecten ter wereld. Niet een gewone sprinkhaan, maar een bidsprinkhaan: een roofdier dat bewegingloos wacht tot de prooi zelf aanvliegt.
Hoe ziet de orchidee sprinkhaan eruit?
Hymenopus coronatus heeft platte, lobvormige uitsteeksels op zijn poten die sterk lijken op bloembladen. De kleur varieert van zacht roze tot bijna wit, afhankelijk van de omgeving en het levensstadium van het dier. Jonge nimfen (onvolwassen exemplaren) zijn vaak feller roze, met een oranje-rood achterlijf dat ze al vroeg aantrekkelijk maakt voor prooidieren.
Volwassen vrouwtjes worden aanzienlijk groter dan mannetjes. Een volwassen vrouwtje bereikt een lichaamslengte van rond de 6 tot 7 centimeter, terwijl een mannetje maar ongeveer 2,5 centimeter groot wordt. Dit verschil in grootte, ook wel seksueel dimorfisme genoemd, is bij deze soort bijzonder groot. Door dat verschil jagen de twee geslachten ook op verschillende prooien: mannetjes pakken kleinere insecten zoals fruitvliegjes, vrouwtjes zijn groot genoeg om vlinders en hommels te vangen.
Camouflage als jachtstrategie
De orchidee bidsprinkhaan gebruikt zijn uiterlijk niet alleen om zich te verstoppen, maar juist ook om prooidieren aan te trekken. Dit noem je agressieve mimicry: het insect bootst een bloem na die bestuivers normaal opzoeken. Vlinders en bijen die op zoek zijn naar nectar vliegen recht op de bidsprinkhaan af en worden gegrepen met de stekelige vangarmen aan de voorkant van het lichaam.
Die greep is razendsnel en raak. De poten van de bidsprinkhaan zijn zo gevormd dat prooi niet meer kan ontsnappen. Daarna wordt het slachtoffer ter plekke opgegeten. In gevangenschap en in het wild eet de orchidee bidsprinkhaan levende insecten, en hij heeft geen stilstaand water of bloemen nodig om te overleven zolang er maar voldoende voedsel voorhanden is.
Verspreiding en leefomgeving
De orchidee sprinkhaan leeft van nature in de tropische regenwouden van Zuidoost-Azië, met name op het Maleisisch schiereiland, in Indonesië, Thailand en omliggende gebieden. Hij houdt zich op in de struiklaag en lagere boomkronen, waar bloeiende planten groeien. De combinatie van hoge luchtvochtigheid en temperaturen tussen de 25 en 35 graden Celsius is ideaal voor hem.
In het wild verschuilt de orchidee bidsprinkhaan zich op bloemen of takken met bloesem. Door zijn voorkomen heeft hij weinig vijanden: vogels en andere roofdieren zien hem simpelweg niet of denken dat het een bloem is.
De orchidee sprinkhaan als huisdier
Hymenopus coronatus is een populaire soort bij terrariumhouders en insectenliefhebbers. Zijn spectaculaire uiterlijk en relatief rustig gedrag maken hem aantrekkelijk om te houden. Toch vraagt hij om specifieke verzorging. Hoge luchtvochtigheid (rond de 70 tot 80 procent) en een warme omgeving zijn onmisbaar. Een te droge omgeving leidt tot problemen bij het vervellen, wat dodelijk kan zijn.
Voeding bestaat uit levende insecten, zoals fruitvliegjes voor jonge nimfen en grotere insecten zoals krekels of motten voor volwassenen. Mannetjes en vrouwtjes kun je beter niet samen huisvesten buiten de paartijd: het vrouwtje is groot genoeg om het mannetje te eten, wat in het wild trouwens ook voorkomt.
De levensduur verschilt per geslacht. Mannetjes leven doorgaans maar een paar maanden, vrouwtjes kunnen tot ongeveer acht maanden oud worden.
De orchidee bidsprinkhaan is een van die zeldzame dieren waarbij de werkelijkheid bijna ongeloofwaardig lijkt. Een insect dat zo overtuigend een bloem nadoet dat andere insecten zelf naar hem toe vliegen: de natuur brengt zelden iets beters voort op het gebied van camouflage. Wil je er een houden, verdiep je dan goed in de verzorgingseisen voor je er een aanschaft. Dit is geen dier voor beginners zonder voorbereiding.
