Een groen insect dat lijkt op een sprinkhaan is in Nederland vaak een sabelsprinkhaan, en niet de echte sprinkhaan die je misschien verwacht. De twee groepen lijken sterk op elkaar, maar zijn aparte families binnen de rechtvleugeligen. De verwarring is begrijpelijk: beiden zijn groen, hebben lange poten en springen of vliegen weg als je ze nadert.
De meest bekende is de grote groene sabelsprinkhaan, maar ook de kleine groene sabelsprinkhaan (Tettigonia cantans) komt in Nederland voor. Daarnaast zijn er nog andere groene soorten die regelmatig worden aangezien voor een sprinkhaan. Hieronder zie je hoe je ze van elkaar onderscheidt.
Groen insect lijkt op sprinkhaan: sabelsprinkhaan of echte sprinkhaan?
Het grootste verschil zit in de voelsprieten. Een sabelsprinkhaan heeft draadvormige voelsprieten die langer zijn dan het hele lichaam. Bij een echte sprinkhaan zijn de voelsprieten juist kort, vaak niet langer dan de helft van het lichaam. Dit is de snelste manier om het onderscheid te maken, ook zonder loep.
Bij vrouwelijke sabelsprinkhanen zie je bovendien een lange, gebogen legboor aan het achterlijf. Die ziet eruit als een soort sabel, wat meteen de naam verklaart. Echte sprinkhanen hebben dit niet. Als je dat kenmerk ziet, is het altijd een sabelsprinkhaan.
De kleine groene sabelsprinkhaan
De kleine groene sabelsprinkhaan (Tettigonia cantans) is een van de groene insecten die het vaakst worden verward met een sprinkhaan. Hij behoort tot de familie Tettigoniidae en is iets kleiner dan zijn neef, de grote groene sabelsprinkhaan. Het lichaam is helder groen, soms met een bruine streep over de rug. De vleugels reiken bij de kleine soort niet verder dan het achterlijf, terwijl die bij de grote soort duidelijk uitsteken.
Je treft hem aan in bermen, heidevelden en bosranden, vooral op plaatsen met hogere vegetatie. Het mannetje zingt een karakteristiek, ononderbroken tsjirpend geluid, dat anders klinkt dan het geluid van echte sprinkhanen. Sabelsprinkhanen produceren het geluid door de vleugels langs elkaar te strijken; echte sprinkhanen doen dit door een poot langs een vleugel te bewegen.
Andere groene insecten die lijken op een sprinkhaan
Niet elk groen springend insect is een sabelsprinkhaan. Dit zijn de soorten die in Nederland het vaakst voor verwarring zorgen:
- Grote groene sabelsprinkhaan (Tettigonia viridissima): de grootste en meest opvallende soort, tot ruim 4 centimeter lang. Helder groen met lange vleugels. Zeer algemeen in Nederland.
- Spikkelsabelsprinkhaan: iets kleiner, groen met kleine zwarte spikkels. Leeft in ruigere, vochtigere vegetatie.
- Krasser (Chorthippus parallelus): dit is een echte sprinkhaan, groen of bruin van kleur, met korte voelsprieten. Leeft op grasland en is veel kleiner dan sabelsprinkhanen.
- Greppelsprinkhaan (Chorthippus albomarginatus): eveneens een echte sprinkhaan, groen of geelachtig, herkenbaar aan de witte rand op de vleugels.
- Wandelende tak of blad: exotische insecten die soms als huisdier worden gehouden en, als ze ontsnappen, sterk op een groen tak of blad lijken. In de natuur komen ze in Nederland niet voor.
Hoe herken je de soort snel?
Je hoeft geen entomoloog te zijn om het meest voorkomende groene insect dat lijkt op een sprinkhaan te benoemen. Gebruik deze volgorde:
- Lange voelsprieten (langer dan het lichaam)? Dan is het een sabelsprinkhaan.
- Korte voelsprieten? Dan is het een echte sprinkhaan.
- Legboor zichtbaar aan het achterlijf? Dan is het een vrouwtje van een sabelsprinkhaan.
- Groter dan 3 centimeter en met lange vleugels? Waarschijnlijk de grote groene sabelsprinkhaan.
- Iets kleiner en vleugels die niet uitsteken? Denk dan aan de kleine groene sabelsprinkhaan.
Een foto maken en uploaden in een app als iNaturalist geeft je vaak binnen enkele minuten een betrouwbare determinatie op basis van herkenning door andere gebruikers en experts. Dat is zeker handig als voelsprieten of legboor niet goed zichtbaar zijn op het moment zelf.
De meeste groene insecten die lijken op een sprinkhaan zijn in Nederland volkomen onschadelijk. Ze bijten niet en zijn niet giftig. Ze spelen een nuttige rol als voedselbron voor vogels en als onderdeel van het ecosysteem in bermen en graslanden. Kom je er een tegen in huis of tuin, zet hem dan gewoon buiten in de vegetatie.
