In Nederland en België komen 48 soorten sprinkhanen voor, verdeeld over vier hoofdgroepen: sabelsprinkhanen, krekels, doornsprinkhanen en veldsprinkhanen. Elke groep heeft eigen kenmerken als het gaat om uiterlijk, geluid en leefgebied. Of je nu een beginnende natuurliefhebber bent of een ervaren waarnemer, het helpt om te weten hoe deze groepen van elkaar verschillen.
De vier hoofdgroepen van sprinkhaan soorten
Alle sprinkhaan soorten in Nederland vallen onder één van deze vier groepen. De groepen verschillen sterk van elkaar in bouw en gedrag.
- Sabelsprinkhanen: herkenbaar aan hun lange, draadachtige antennes die vaak langer zijn dan het lichaam zelf. Vrouwtjes hebben een opvallende legboor (ovipositor) aan het achterlijf, die er als een sabel uitziet. Ze leven vaak in hoge vegetatie zoals rietland, ruigte en bosranden.
- Krekels: een aparte groep met een gedrongen lichaam en eveneens lange antennes. Ze leven het liefst op de grond, in spleten of holen. Het bekendste voorbeeld is de veldkrekel, die je herkent aan zijn doordringende, eentonige zang.
- Doornsprinkhanen: kleine, onopvallende sprinkhaantjes met een sterk verlengd halsschild dat tot ver over het achterlijf reikt. Ze leven graag op kale, vochtige bodems zoals oevers en zandpaden. In Nederland komen slechts een paar soorten voor.
- Veldsprinkhanen: de meest bekende groep voor de meeste mensen. Ze hebben korte antennes en zijn overdag actief. Je treft ze aan in graslanden, heidevelden en duinen. Ze striduleren door hun achterpoten langs de vleugels te strijken.
Bekende soorten per groep
Binnen de vier groepen zijn een aantal soorten opvallend of veel gezien in onze streken. Hieronder een selectie van bekende vertegenwoordigers.
Sabelsprinkhanen: de grote groene sabelsprinkhaan is een van de grootste en meest herkenbare soorten. Hij is felgroen en produceert een hoog, zacht zoemend geluid, vooral in de avond en nacht. De zadeldraagsprinkhaan is kleiner en leeft in droge graslanden. De struiksprinkhaan kom je regelmatig tegen in bosranden en struwelen.
Krekels: de veldkrekel was vroeger wijdverbreid in Nederland, maar is nu een zeldzame soort. Het huisjeskrekel (ook wel huiskrekel) ken je mogelijk van de karakteristieke tjirpende nachtzang. De boomkrekel is een warmteminnende soort die in Zuid-Europa gewoner is maar ook in de Belgische en Nederlandse Limburgse grensstreken voorkomt.
Doornsprinkhanen: de kleine doornsprinkhaan en de moerasdoornsprinkhaan zijn de meest voorkomende vertegenwoordigers. Ze zijn klein (minder dan 2 centimeter) en worden makkelijk over het hoofd gezien door hun bruine, camouflagekleur.
Veldsprinkhanen: de krasser en de ratelaar zijn veelgehoorde soorten op heideterreinen. De ratelaar maakt een kort, ratelsalvo van geluiden door zijn vleugels te klapperen tijdens de vlucht. De zanddoorntje is een warmteminnende soort van open zandvlakten. De gewone sprinkhaan en de greppelsprinkhaan kom je bijna overal in graslanden tegen.
Hoe herken je de verschillende soorten?
Het onderscheiden van sprinkhaan soorten vraagt wat oefening. Een paar kenmerken helpen direct op weg: de lengte van de antennes (lang is sabelsprinkhaan of krekel, kort is veldsprinkhaan), de aanwezigheid van een legboor bij het vrouwtje, en de kleur en tekening van het halsschild. Geluid is minstens zo waardevol als uiterlijk. Veel soorten zijn eerder te horen dan te zien, en elk soort heeft een eigen patroon van stridulatie (het produceren van geluid door wrijving).
Met een goede zoekkaart of determinatiegids, zoals de zoekkaart voor sprinkhanen en krekels die alle 48 Nederlandse soorten toont, kun je soorten systematisch thuisbrengen. Een smartphoneapp die geluidsopnames kan vergelijken is ook een handige hulp in het veld.
Waar vind je welke soorten?
Het leefgebied zegt veel over welke soorten je kunt verwachten. Vochtige rietlanden en ruigtes zijn het domein van sabelsprinkhanen als de moerassprinkhaan. Droge heidevelden leveren soorten op als de krasser en het heidesprinkhaan. Bloemrijke graslanden herbergen veldsprinkhanen in grote variatie. Zandige oevers en kale plekken zijn de aangewezen plek voor doornsprinkhanen.
Warmteminnende soorten als de zuidelijke sprinkhaan en de blauwvleugelsprinkhaan zijn zeldzamer en beperkt tot de warmste, meest droge gebieden in het zuiden van Nederland en Belgisch Limburg. Door klimaatverandering breiden sommige van deze soorten hun verspreiding verder noordwaarts uit.
Zijn alle 48 soorten in Nederland te zien?
Niet alle 48 soorten zijn even makkelijk te vinden. Een deel is zeldzaam of gebonden aan specifieke, bedreigde leefgebieden. Sommige soorten staan op de Rode Lijst van bedreigde dieren in Nederland, waaronder de veldkrekel en de moerassprinkhaan. Anderen zijn juist gewoon en overal aanwezig in de zomermaanden, van juli tot en met september, wanneer de meeste soorten volwassen en actief zijn.
Wie serieus aan de slag wil met het determineren van sprinkhaan soorten, combineert het beste visuele waarneming met geluidsopnames en een goede determinatiesleutel. De 48 soorten bieden voor elke liefhebber voldoende uitdaging, van de meest gewone greppelsprinkhaan tot de zeldzame veldkrekel in een beschermd natuurgebied.
